Rechtbank Maastricht 1 oktober 2009 (toolmaker), LJN BJ9222
De kantonrechter overweegt dat verweerders argumenten dat met de door verzoekster overgelegde overzichten niet aangetoond is dat er daadwerkelijk sprake is van buitensporig internetgebruik doel treffen. De overzichten geven weliswaar de bezochte sites weer en deze zijn overwegend niet werkgerelateerd, maar ze geven niet de intensiteit van het internetgebruik weer. De kantonrechter acht derhalve voldoende aannemelijk dat verweerder de sites bezocht heeft, maar acht het niet aangetoond dat hij ook daadwerkelijk een groot aantal uren hiermee bezig is geweest. De kantonrechter sluit daarbij niet uit dat veel van de “bezochte sites” betreft automatische verversing van openstaande maar inactieve verbindingen. Alleen het werkelijk data-verkeer zou verzoeksters stellingen kunnen staven, maar dat heeft zij niet getoond. De kantonrechter stelt voorts vast dat het internetgebruik kennelijk geen enkele invloed heeft gehad op verweerders functioneren. Desgevraagd heeft verzoekster ter zitting medegedeeld dat op verweerders functioneren niets aan te merken valt. De kantonrechter is van oordeel dat in onderhavig geval een ernstige waarschuwing meer op zijn plaats zou zijn geweest dan het direct afstevenen op beëindiging van de arbeidsverhoudingen. Het had van goed-werkgeverschap getuigd om bij de eerste confrontatie op 13 juli 2009 verweerder een ernstige waarschuwing geven of een maatregel op te leggen. De uitsluitende keuze die verweerder kreeg voorgelegd hoe hij wilde vertrekken acht de kantonrechter een ongenuanceerde reactie op verweerders handelen en wekt de indruk van een dubbele agenda. De kantonrechter acht derhalve geen gewichtige reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst aanwezig.
De kantonrechter overweegt dat verweerders argumenten dat met de door verzoekster overgelegde overzichten niet aangetoond is dat er daadwerkelijk sprake is van buitensporig internetgebruik doel treffen. De overzichten geven weliswaar de bezochte sites weer en deze zijn overwegend niet werkgerelateerd, maar ze geven niet de intensiteit van het internetgebruik weer. De kantonrechter acht derhalve voldoende aannemelijk dat verweerder de sites bezocht heeft, maar acht het niet aangetoond dat hij ook daadwerkelijk een groot aantal uren hiermee bezig is geweest. De kantonrechter sluit daarbij niet uit dat veel van de “bezochte sites” betreft automatische verversing van openstaande maar inactieve verbindingen. Alleen het werkelijk data-verkeer zou verzoeksters stellingen kunnen staven, maar dat heeft zij niet getoond.
De kantonrechter stelt voorts vast dat het internetgebruik kennelijk geen enkele invloed heeft gehad op verweerders functioneren. Desgevraagd heeft verzoekster ter zitting medegedeeld dat op verweerders functioneren niets aan te merken valt.
De kantonrechter is van oordeel dat in onderhavig geval een ernstige waarschuwing meer op zijn plaats zou zijn geweest dan het direct afstevenen op beëindiging van de arbeidsverhoudingen.
Het had van goed-werkgeverschap getuigd om bij de eerste confrontatie op 13 juli 2009 verweerder een ernstige waarschuwing geven of een maatregel op te leggen. De uitsluitende keuze die verweerder kreeg voorgelegd hoe hij wilde vertrekken acht de kantonrechter een ongenuanceerde reactie op verweerders handelen en wekt de indruk van een dubbele agenda.
De kantonrechter acht derhalve geen gewichtige reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst aanwezig.